Bekkenbodemtherapie

Bekkenbodemtherapie is gericht op het oplossen van problemen met de blaas en bekkenbodemspieren.

 

De blaas heeft een dubbele functie: reservoir- en ledigingsfunctie. Problemen kunnen zich in beide functies voordoen.

 

Als er problemen zijn met de reservoirfunctie kan urine niet of niet lang genoeg opgeslagen worden in de blaas. Dit uit zich dan onder andere in urge en urge incontinentie.

 

Als de blaas bij het plassen niet volledig leeg is, is er een probleem met de ledigingsfunctie. Dit kan zich uiten door het steeds opnieuw optreden van blaasontstekingen.

 

De blaas werkt samen met de bekkenbodem en de bekkenbodemspieren.

 

De bekkenbodem en bekkenbodemspieren hebben 3 functies:

 

  1. Steunfunctie: ondersteuning van de bekkenorganen
  2. Sluitfunctie: afsluiting van plasbuis en rectum
  3. Seksuele functie: rol bij erectie van penis en clitoris

 

Problemen van de steunfunctie zijn onder andere blaas- of baarmoederverzakkingen.

 

Stressincontinentie, flatusincontinentie en fecale incontinentie doen zich voor als er problemen zijn met de sluitfunctie.

 

Bij dyspareunie, vaginisme, premature ejaculatie en erectiestoornissen hapert er iets aan de seksuele functie.

 

Soms kunnen problemen optreden in meerdere functies tegelijkertijd.

 

Gezien de blaas en de bekkenbodemspieren samenwerken, hebben ze ook invloed op elkaar. Zo zal in de behandeling ook steeds aandacht zijn voor zowel de functies van de blaas als deze van de bekkenbodemspieren.

 

Sfeerbeelden: